
Na het ontdekken van het nieuwe werelddeel Amerika wilden Europese landen het gebied steeds beter leren kennen. Wat eerst begon met nieuwsgierige reizen langs de kusten, groeide al snel uit tot het verkennen én veroveren van grote delen van het continent. De verhalen over het onbekende land aan de andere kant van de oceaan gingen als een lopend vuurtje door Europa. Verhalen over enorme rijkdommen, steden groter dan welke stad in Europa dan ook, tempels vol goud en machtige koningen. Ook waren er berichten over een groot rijk in Midden-Amerika, het Aztekenrijk, met een indrukwekkende hoofdstad die Tenochtitlán werd genoemd.
De Spaanse avonturiers die naar deze nieuwe gebieden gingen om ze te verkennen en te veroveren, werden conquistadores genoemd. Dat woord betekent letterlijk "veroveraars". Ze trokken niet alleen uit nieuwsgierigheid naar het onbekende, maar vooral voor rijkdom, macht en roem. Eén van de bekendste conquistadores uit deze periode was Hernán Cortés, de man die verantwoordelijk zou zijn voor de verovering van Mexico en het uiteenvallen van het Azteekse Rijk.
Wie was Hernán Cortés?

Hernán Cortés werd geboren in 1485 in Medellín, in het westen van Spanje. Hij kwam uit een adellijke, maar niet rijke familie. Al jong was hij ambitieus en droomde hij van avontuur en roem overzee. Op school was hij slim, maar hij had weinig geduld. De verhalen over de Nieuwe Wereld spraken hem veel meer aan dan een leven als jurist of ambtenaar in Spanje.
Op zijn negentiende vertrok hij naar de Nieuwe Wereld op een schip van kapitein Alonso Quintero. Hij vestigde zich in Santo Domingo, de hoofdstad van Hispaniola, en vocht in 1506 en in 1511 mee bij veroveringen op het eiland en op Cuba. Cortés werkte zich op tot een gerespecteerd man en kreeg grond en slaven. Toch wilde hij meer: hij hoorde verhalen over een groot en machtig rijk (de Azteken) op het vasteland, waar enorme rijkdommen te vinden zouden zijn.
In 1519 kreeg Cortés toestemming om een expeditie te leiden
naar het vasteland van Midden-Amerika. Officieel moest hij handel drijven, maar
in werkelijkheid was zijn doel verovering. Hernán Cortés kreeg opdracht het
gebied te veroveren. Later werd die opdracht ingetrokken, maar gedreven door
avontuur en zucht naar rijkdom en roem besloot Cortés toch te vertrekken.
Met zo'n 500 soldaten, vijftien paarden, enkele kanonnen en een aantal schepen
voer hij richting het onbekende.
De verovering van Mexico
Toen Cortés in 1519 aan land ging aan de kust van het huidige Mexico, merkte hij al snel dat niet alle inheemse volken blij waren met het bewind van de Azteken. Sommige volken betaalden zware belastingen, anderen moesten mensen leveren voor oorlog of zelfs voor offers aan de goden. Cortés speelde handig in op deze ontevredenheid en sloot bondgenootschappen met verschillende volken. Deze bondgenoten speelden uiteindelijk een grote rol in de verovering.

Tijdens de eerste ontmoeting met de Azteekse keizer Moctezuma II werd Cortés met eer ontvangen. De Azteken waren onder de indruk van de vreemde mannen uit het Oosten met hun wapens en paarden. Er bestaan verhalen dat Moctezuma dacht dat Cortés een god was, maar historici zijn het daar niet over eens. Zeker is dat de Azteken voorzichtig waren en Cortés de kans gaven om hun hoofdstad Tenochtitlán binnen te gaan.
Het bleef echter niet lang vreedzaam. De spanning tussen de Spanjaarden en de Azteken liep snel op. Cortés nam Moctezuma gevangen in zijn eigen paleis om controle te krijgen over de stad.
Maar Diego Velázquez had ondertussen een expeditie naar Mexico gestuurd om Hernán Cortés tot de orde te roepen. Cortés wist deze aanval af te slaan en toen hij weer terugkeerde naar Tenochtitlán bleek de situatie totaal uit de hand te zijn gelopen. De Azteken waren in opstand gekomen, Moctezuma was gestorven en de Spanjaarden moesten in paniek vluchten uit de stad tijdens wat bekendstaat als La Noche Triste – de Droevige Nacht.
Maar Cortés gaf niet op. Hij bouwde nieuwe schepen, verzamelde meer bondgenoten en begon een lange belegering van de stad. Tenochtitlan werd in december 1520 omsingeld en de toevoer van voedsel en schoon drinkwater werd afgesneden. Omdat de Spanjaarden gewapend waren met buskruitwapens zoals kanonnen en musketten konden ze grote schade aanbrengen aan het leger en de gebouwen van Tenochtitlan. Het grootste geheime wapen hadden ze echter niet eens met opzet naar Amerika gebracht: de pokken. De Azteken hadden geen antistoffen tegen de besmettelijke Europese ziekte en maar liefst 40% van de inwoners van de stad overleed hieraan. Ook een groot deel van het Azteekse leger werd ziek en kon daardoor niet worden ingezet tegen Cortés troepen en zijn bondgenoten. Cortés kon de strijd onmogelijk verliezen en de stad gaf zich in augustus 1521 over. Bij de inname die volgde brak er een reusachtig bloedbad uit tussen de Spanjaarden en de Azteekse bewoners van de stad. De tempels werden geplunderd en beelden en sierraden werden omgesmolten. De bevolking werd bijna helemaal uitgemoord.

Na het bloedbad van Tenochtitlan was de val van het Aztekenrijk een feit. In sneltreinvaart werd de rest van Midden-Amerika veroverd door de Spaanse conquistadores. Op de plek van de ruïnes van de stad bouwden de Spanjaarden de hoofdstad van Nieuw-Spanje. Deze stad kennen we tegenwoordig als Mexico Stad, de hoofdstad van Mexico.
Na de verovering van het Azteekse Rijk maakte Cortés nog een aantal expedities. Na zijn vele activiteiten in de Nieuwe Wereld keerde Cortes terug naar Spanje en stierf op 62-jarige leeftijd nabij Sevilla.
Wat dreef Cortés?
De ontdekkingen en veroveringen van Cortes hadden verschillende motieven:
- Goud en rijkdom: Cortés en zijn mannen hoopten enorme
schatten te vinden en persoonlijk rijk te worden.
- Eer en roem: In Spanje konden succesvolle veroveraars grote faam en macht verwerven.
- Religie: De katholieke kerk moedigde de bekering van inheemse volkeren aan. Cortés zag zichzelf als een werktuig van God.
- Macht en invloed: Spanje wilde zijn rijk uitbreiden en zijn positie ten opzichte van Portugal versterken.
De betekenis van zijn veroveringen
De verovering van Mexico had enorme gevolgen. Voor Spanje betekende het een enorme toename van rijkdom: goud, zilver en landbouwproducten stroomden naar Europa. Cortés werd een nationale held in Spanje.
Voor de inheemse bevolking waren de gevolgen echter rampzalig. Miljoenen Azteken en andere volken stierven door oorlog, onderdrukking en Europese ziektes zoals de pokken. Hun tempels werden verwoest en hun cultuur uitgewist. Hele samenlevingen stortten in en Europa vestigde een koloniaal bestuur dat eeuwenlang zou blijven bestaan.
Cortes liet zien hoe een kleine groep met technologie, tactiek en bondgenootschappen een wereldrijk kon verslaan. Tegelijkertijd markeerde dit het begin van eeuwenlange kolonisatie, uitbuiting en slavernij. Cortés veranderde voorgoed de geschiedenis van Amerika
